Be the change, you want to see in your school

Als je bestuurders, directeuren en leerkrachten vraagt wat we kinderen moeten leren om voorbereid te zijn op de 21ste eeuw dan worden behalve de ICT-vaardigheden ook vaak competenties genoemd die je enkele jaren geleden nog niet hoorde. Wat ze kinderen willen leren zijn flexibiliteit, inlevingsvermogen, reflectieve vaardigheden, oplossingsvaardigheden en goed kunnen samenwerken. Verder moeten ze leren goed met hun emoties om te gaan, afstand nemen van de situatie en van hun eigen perceptie op de werkelijkheid en een goed zelfbeeld kunnen opbouwen. Op deze manier willen directeuren en leerkrachten ‘het beste uit kinderen halen’. Wie kan het hier mee oneens zijn? Niemand toch?
Wel bijzonder daarom dat het nogal stil wordt als je vraagt of leerkrachten zelf bezig zijn zich te ontwikkelen in deze vaardigheden. Hebben zij een goed zelfbeeld en weten ze waarom een collega anders reageert dan zij zelf? Kunnen ze afstand nemen van hun eigen perceptie op de werkelijkheid? Zijn ze in staat flexibel een stap opzij te gaan en hun mening of idee te laten voor die van een ander, als dat in het belang is van het geheel? En nog stiller wordt het als je aan bestuurders vraagt of zij deze eigenschappen in hun directeuren zien of tenminste helpen ontwikkelen. Weet een directeur of schoolleider wat er beweegt in de onderstroom op de school? En wat zijn rol daarin is en hoe dat beïnvloed kan worden? Neemt de directeur van de school een dienende plek in, ondanks dat dit niet helemaal strookt met zijn eigen mening, ideeën of gewoontes? Komt hij zelf als eerste uit de comfortzone als de school vraagt om een belangrijke aanpassing of verandering? Kan hij reflecteren op het effect van zijn leidinggevende handeling en deze aanpassen in het belang van het geheel? Als het antwoord op deze vragen vaak ‘nee’ is, dan is dat nog niet zo erg. Als het antwoord op de vraag “Ben je bezig deze competenties en houding te ontwikkelen?” ‘nee’ is wordt het zorgelijk. Nog niet zozeer voor de persoon zelf, maar wel voor de school.
De competenties waarover we spreken kun je bij kinderen niet ontwikkelen als je ze niet ook ontwikkelt bij leerkrachten. En je kunt ze niet bij leerkrachten ontwikkelen als je ze niet ontwikkelt bij directeuren en schoolleiders. En directeuren zullen niet aangezet worden tot een dergelijke ontwikkeling als bestuurders bezig blijven met beheren en beheersen en het wel best vinden dat het basis arrangement genoeg is voor iedere school. Beschouw je het als bestuurder als geluk dat er enkele pareltjes in je scholengroep zitten, waar je zelf nauwelijks invloed op hebt of zijn die pareltjes een bewijs dat het overal beter kan? En ga je dus sturen op kwaliteitsverbetering. Dan zul je moeten investeren in de persoonlijke ontwikkelingen van directeuren om ze uit te rusten met de juiste competenties om leerkrachten in hun kracht te zetten en autonoom aan ontwikkeling van kinderen te werken. Dat vraagt om een consistente aanpak. Als we wel het beste uit de kinderen willen halen, maar niet uit onszelf dan zijn we bezig uitstekende taal-, spelling- en aardrijkskundelesjes te geven, maar de kinderen, die straks de wereld moeten verbeteren komen schandelijk tekort.
(waar hij/hem/zijn staat, kan zeker ook zij/haar gelezen worden)

Handen uit de mouwen en erop gaan zitten

“Happy teachers will change the world.”

Wanneer een kind niet lekker in zijn vel zit en zich niet veilig voelt, leert het minder goed en snel.
Wanneer een leerkracht geen prestatieplezier beleeft, zal hij/zij goede lessen kunnen geven, maar gaat hij/zij de kinderen niet helpen om lekker in hun vel te zitten. Alleen gelukkige leerkrachten geven kinderen iets mee waarmee ze de wereld een stukje beter kunnen maken en zelf gelukkig kunnen zijn.
“Happy principals will make happy teachers”, zou ik er dan aan toe willen voegen.
Schrijver en wereldverbeteraar Leo Bormans geeft aan dat mensen gelukkiger zijn naarmate ze meer autonomie, competentie en verbondenheid ervaren. Als directeur of schoolleider heb je dus de onbetwiste taak hiervoor te zorgen en tegelijkertijd het belang van de school als geheel te dienen.

Wat vraagt dat van een schoolleider?
Voor autonomie is in de eerste plaats ruimte nodig. Ruimte om te experimenteren, te reflecteren en het opnieuw te mogen proberen. En daarvoor is weer vertrouwen nodig. De schoolleider die bezig is met beheren en beheersen verkleint niet alleen de ruimte, maar vernietigt stelselmatig het vertrouwen. Als je wilt dat leerkrachten vertrouwen hebben in jou als leider, zul je eerst moeten beginnen met vertrouwen te hebben in je leerkrachten. Erop vertrouwen dat ze in de eerste plaats bezig willen zijn met ontwikkeling. Kinderen mogen leren door te ervaren, terwijl menig leerkracht alleen mag leren door te doen wat voorgeschreven is. Daarmee kweek je geen vertrouwen in leiderschap, maar zeker ook geen vertrouwen in jezelf. Je hebt als leerkracht zowel geslaagde als minder goed geslaagde experimenten nodig om te ervaren waar je goed in bent en welke acties resultaten opleveren die je graag ziet. De ruimte en ervaringen heb je als leerkracht nodig om zicht te krijgen op je eigen competenties en wat jou daaraan nog ontbreekt.

Als schoolleider moet je dus op je handen gaan zitten, je tong afbijten, zeker als je het ‘fout’ ziet gaan. Verander de definitie van een fout in ‘een resultaat dat we niet hadden voorzien of verwacht en dat ons wel feedback geeft over wat we wilden bereiken’. Zo is het mogelijk met elkaar te reflecteren. En dat is nu precies het moment waarop je als schoolleider je ene hand, waar je dus vaak op gaat zitten, uit de mouw moet steken.
Een team van leerkrachten leert actiever en sneller wanneer ze sámen de experimenten voorbereiden, uitvoeren en er feedback op geven. Dan moet je als directeur ervoor zorgen dat er een klimaat ontstaat waarin mensen vertrouwen in elkaar hebben, weten dat ze niet afgerekend of afgekeurd worden. Een klimaat waarin elkaar helpen boven beoordelen staat. Waar competentie de competitie verdringt. Een klimaat van verbondenheid dus.
Verbondenheid vraagt om een gezamenlijke richting. Daar komt de andere hand uit de mouw. Als schoolleider heb je een voortrekkersrol in het samen maken van een aansprekend toekomstverhaal. Zorg ervoor dat iedereen in de school dat verhaal, in eigen woorden, gaat vertellen en anderen aansteekt met hun enthousiasme. Wanneer er een gezamenlijke richting is bepaald, kennen alle leerkrachten de koers. Dan worden hun experimenten en gezamenlijk bedachte verbeteracties makkelijker te bepalen.
Stel je voor dat in een bestuur van 25 scholen met gemiddeld 15 leerkrachten per school, iedere leerkracht één verbeteractie uitvoert per week. Dan praat je in vier jaar tijd toch gauw over 60.000 verbeteringen. Dan mogen er gerust een paar ‘foutjes’ tussen zitten. Met een vierjarenplan ga je dit resultaat toch nooit bereiken.

Events

  • 4 november: Van goed naar geweldig Basisonderwijs Barchem (Gld)
  • 27 januari 2016: Dag over Leiderschap - Academie VCO/Consent Enschede
  • 02 maart 2016: Studiedag OBS De Marke Apeldoorn

Twitter

Wanneer gaan we er echt iets aan doen? Het gaat over leiderschap en ambitie. Over mannenenergie en vrouwenenergie. destentor.nl/algemee…

Ongeveer 2 jaar geleden